Van made in China naar Created in China
Stedelijke ontwikkeling in een tijd van time-space compression
Tussen 1980 en 2015 trokken jaarlijks miljoenen mensen van het Chinese platteland naar de stad. In totaal verstedelijkten in die periode meer dan 500 miljoen Chinezen. Een proces dat Europa eeuwen kostte, voltrok zich in China in één generatie. Het is een extreem voorbeeld van wat David Harvey omschrijft als time-space compression: het samendrukken van tijd en ruimte door versnelde economische ontwikkeling, technologie en infrastructuur. Ontwikkelingen die zich normaal gesproken over eeuwen uitstrekken, volgen elkaar hier binnen enkele decennia op, waardoor tijdlagen over elkaar schuiven, afstanden verdampen en de samenleving zich razendsnel opnieuw uitvindt.
Foto: uitzicht op Beijing CBD vanuit Jingshan-park
Anno 2026 woont ongeveer 65% van de 1,4 miljard Chinezen in de stad. In 1980 was dat nog slechts 20%
Van Made in China naar Created in China
Maar cijfers en snelheid vertellen slechts een deel van het verhaal. Onder de ontwikkeling van Chinese steden ligt een impliciet sociaal contract: de staat garandeert stabiliteit en vooruitgang, en in ruil daarvoor accepteren inwoners de contouren van het systeem.
Lange tijd was dat contract vooral gebaseerd op productie als motor voor economische groei, met de Chinese steden en hun achterlanden als fabrieken van de wereld. Nu die basis verschuift, en China zich steeds verder ontwikkelt naar een kennis- en innovatie-economie, veranderen ook de eisen die aan de steden worden gesteld. De stad moet niet alleen efficiënt functioneren, maar ook aantrekkelijk zijn voor talent en investeringen. Hoogwaardige leefkwaliteit wordt daarmee steeds nadrukkelijker onderdeel van de economische strategie.
Hoe geeft China vorm aan deze transitie van Made in China naar Created in China? Wat betekent dit voor de megasteden en hun bewoners? En wat kunnen wij in Nederland leren van een land dat urbanisatie gebruikt als strategisch instrument?
In dit essay verken ik deze vragen aan de hand van drie steden: Beijing, Shanghai en Shenzhen. Niet als een volledig beeld, daarvoor is China te complex, te tegenstrijdig en te gelaagd, maar als een reeks persoonlijke observaties, gekleurd door gesprekken, wandelingen en momenten onderweg.
Beijing, de ziel van het systeem
Als het vuur vandaag opnieuw zou worden ontdekt, zou men het in Duitsland eerst doven, daarna een raamwerk ontwikkelen en het vervolgens opnieuw uitvinden. In China zou men direct met het vuur aan de slag gaan: iemand zou zijn hand verbranden en een ander zou ontdekken dat het groter wordt als je er hout op gooit. China ontwikkelt via trial and error, zegt de Duitse student bouwkunde naast mij in de rij voor de Verboden Stad.
Misschien verklaart dat deels de gelaagdheid van de stad. Beijing voelt alsof er verschillende kaartlagen over elkaar heen zijn gelegd. Terwijl ik door de smalle steegjes van de hutongs dwaal, bevind ik me tegelijkertijd in het historische keizerrijk én in het hypermoderne, digitale China, waar elektrische scooters geruisloos maaltijden bezorgen en betalen bijna onzichtbaar gebeurt via een QR-code in Alipay. Het verleden en de toekomst lopen hier door elkaar: een vorm van time-space compression die je bijna kunt aanraken.
Foto: de Verboden Stad
Wat ook opvalt is de relatie tussen binnen en buiten. De architectuur van de hutongs en de Verboden Stad lijkt naar binnen gekeerd: achter gesloten muren ontvouwt zich een wereld van rust, schaduw en stilte. Onttrokken aan het straatleven daarbuiten. Dit contrasteert sterk met de buitenruimte, die juist collectief, open en uitbundig wordt gebruikt. Ouderen komen samen in parken voor Tai-Chi, Jianzi (een soort badminton zonder racket) en dans.
Camera’s zijn overal. Zowel langs drukke verkeersaders als in de hutongs maken ze zichtbaar onderdeel uit van het straatbeeld. Dat er waarde wordt gehecht aan veiligheid blijkt ook in de metro. Na een grondige securitycheck bij de ingang van het station, scan ik bij de toegangspoorten mijn digitale OV-kaart, in dezelfde Alipay-app waarmee ik betaal. Gekoppeld aan mijn paspoort. Nadat een camera mijn gezicht heeft gescand, opent het poortje zich en kan ik door naar het perron.
Foto: camera’s gericht op verkeersader Beijing
Dat deze veiligheid gepaard gaat met een verregaande mate van controle is evident. Toch heb ik mij nergens, als vrouw alleen, zo veilig en zorgeloos gevoeld als tijdens het reizen hier. Dat gevoel klopt niet met mijn overtuiging: ik geloof in privacy, in vrijheid van meningsuiting en in een samenleving zonder alziend oog. Maar mijn lichaam registreert iets anders. Van tevoren dacht ik dat de camera’s zwaar zouden voelen, maar ik voel me juist licht en vrij. Is dat de ongemakkelijke waarheid over veiligheid: zijn mijn overtuigingen contextgebonden? Of laat ik mij verleiden door comfort op kosten van mensen die de prijs van dit systeem veel directer betalen dan ik, als tijdelijke gast met Nederlands paspoort?
In het Tiantan park word ik uitgenodigd om mee te doen met Jianzi, te dansen met traditioneel geklede vrouwen en foto’s te maken van een acrobatische man die zich soepel door een stel stalen hoepels wringt. Er worden ook foto’s van mij gemaakt. Je bent hier een beetje van iedereen. En in die spanning, tussen controle en veiligheid, tussen individu en systeem en tussen binnen en buiten, ontstaat een stad die fundamenteel anders is dan wij gewend zijn, en die laat zien dat het ook anders kan.
Shanghai, het gezicht van het systeem
Het eerste dat opvalt zijn de kleuren. De paarse metrobankjes, de rode jas van de vrouw die een boek leest en de blauwe haren van de jongeman die tegen de deur geleund staat. Na de meer ingetogen en gecontroleerde sfeer van Beijing voelt Shanghai als een verademing, met ruimte voor individuele expressie.
Foto: voormalig Franse concessiegebied Shanghai
In het voormalig Franse concessiegebied wandel ik onder lange rijen bomen langs designstudio’s en koffiebars. Soms weet je pas wat je mist, als het er weer is: de vanzelfsprekende aanwezigheid van cafés, bioscopen en een park om de hoek.
Voor het eerst na Beijing eet ik in restaurant “The Press" weer iets dat ik kan uitspreken: lasagne. Het restaurant dankt zijn naam aan zijn onderkomen: een voormalig kantoor van de krant Shun Pao, een van de eerste moderne Chinese massakranten die in 1872 werd opgericht door de Britse zakenman Ernest Major. In de kast ligt een exemplaar van Ayn Rands The Fountainhead, een paar dagen geleden stond ik nog tussen de camera’s en security checks van Beijing.
Foto: Skybar Flair Shanghai
En dan is er Pudong, de skyline is spectaculair, bijna surrealistisch. Maar ook buiten deze iconische plek zie je architectuur die niet zou misstaan in een internationaal designblad. De Porsches voor deze gebouwen overigens ook niet. De stad is een zintuiglijke ervaring. In de parken klinkt zachte muziek uit verstopte speakers. In steegjes hangt soms de heerlijke geur van eten, wierook of parfum.
Een Chinese man, die met zijn vogel naar het park is gekomen om het piepkleine beestje te leren zingen, vertelt me dat Shanghai inmiddels tot de top 3 beste steden ter wereld behoort om in te wonen. Ik kan me daar iets bij voorstellen. De combinatie van de menselijke maat in het voormalige Franse concessiegebied, de imponerende skyline van Pudong, de efficiënte infrastructuur, de technologische mogelijkheden, de aangename waterfronts langs de rivier, de groene parken en het kosmopolitische karakter maken Shanghai spannend, inspirerend en comfortabel tegelijk. Ook ik voel me er opvallend snel thuis.
Maar ik ben hier op reis. En hoewel de vogelman me vertelt over zijn luxe lifestyle, hoor ik ook andere verhalen. Van een Taiwanese vrouw hoor ik voor het eerst over 996: werken van negen uur ’s ochtends tot negen uur ’s avonds, zes dagen per week. En in de trein ontmoet ik een Chinese ingenieur die vertelt dat hij acht jaar lang van het leven heeft kunnen genieten, toen hij voor Volkswagen werkte. Sinds zijn overstap naar BYD, zegt hij, draait alles om werk. Eén keer per maand reist hij in het weekend van Shenzhen naar Shanghai om zijn gezin te zien.
Het is moeilijk om niet onder de indruk te zijn van China, en de enorme ontwikkeling die het land de afgelopen decennia heeft doorgemaakt. Maar die snelheid heeft ook een prijs.
Foto: Yongfu road Shanghai
Met een Didi, de Chinese equivalent van Uber, beweeg ik me in nog geen uur, en voor een fractie van de prijs, van het ene stadsdeel naar het andere. Zo ook naar de Shanghai Urban Planning and Design Exhibition, waar de opeenvolgende stadsvisies laten zien hoe Shanghai zich door de jaren heen opnieuw heeft uitgevonden. In de eerste integrale stadsvisie uit 1931 profileert de stad zich nog vooral als industriële havenstad. De echte strategische omslag volgt na de economische hervormingen, zichtbaar in de visie van 1986 waarin Shanghai expliciet wordt gepositioneerd als internationale economische metropool en handelscentrum. De ontwikkeling van Pudong in de jaren negentig versnelt dit proces verder, waarna de stad zich rond de eeuwwisseling ontwikkelt tot magneet voor internationaal kapitaal, talent en mondiale bedrijvigheid.
Shanghai is daarmee zowel de geboorteplaats van de Chinese Communistische Partij als het internationale, economische en commerciële hart van het land. De stad vat dat zelf treffend samen in haar visie op 2035: “Shanghai: een excellente wereldstad, een innovatieve stad, een humane stad en een ecologische stad, een socialistische moderne internationale metropool met wereldwijde invloed.”
Shenzhen, het laboratorium van het systeem
Als Beijing de ziel is, en Shanghai het gezicht, dan is Shenzhen het laboratorium waar de toekomst van China wordt getest.
Shenzhen is misschien wel de meest onwaarschijnlijke megastad ter wereld: een grensgebied van vissersdorpen aan de rand van Hongkong groeide in 40 jaar uit tot een metropool met meer dan 18 miljoen inwoners en thuisbasis van technologiebedrijven als Tencent en drone fabrikant DJI.
Foto: fietsroute langs de kust Shenzhen
Ik ben uitgenodigd door het Urban Planning and Design Institute van Shenzhen (UPDIS), waar ik uitzonderlijk gastvrij wordt ontvangen en meer leer over de vier fases van stedelijke ontwikkeling die de stad de afgelopen decennia heeft doorgemaakt: van industrialisatie naar high-tech, en via ecologische bezinning naar hoogwaardige leefkwaliteit.
Foto: shopping mall Shenzhen
Shenzhen werd in 1980 aangewezen als een van de eerste Speciaal Economische Zones van China: een experimenteerruimte waar marktwerking en buitenlandse investeringen gecontroleerd konden worden getest. De nabijheid van Hongkong maakte de stad strategisch aantrekkelijk als toegangspoort tot kapitaal en investeringen. Met de opkomst van bedrijven als Tencent, Huawei en DJI volgde een periode van razendsnelle technologische innovatie. Tegelijkertijd werd een ongekend ambitieuze stedelijke visie ontwikkeld, met een schaalsprong die de stad uiteindelijk drie keer groter maakte dan ze op dat moment was. Maar de snelle groei en industrialisatie eisten ook hun tol: de lucht raakte vervuild, flora en fauna verdwenen en de razendsnel gebouwde stad begon op sommige plekken al tekenen van slijtage te vertonen. Shenzhen werd gedwongen tot een periode van ecologische bezinning, waarin drastische maatregelen werden genomen. In 2005 voerde Shenzhen als eerste Chinese stad een Basic Ecological Control Line in: vanaf dat moment moest de stad voor minimaal 49% uit groen bestaan. Voor inspiratie werd daarbij ook gekeken naar het Nederlandse Groene Hart, als open en groene structuur binnen een sterk verstedelijkte regio.
Inmiddels bevindt Shenzhen zich alweer ruim tien jaar in een vierde fase: hoogwaardige leefkwaliteit. In dit nieuwe tijdperk is de toekomst van een stad volgens het UPDIS in hoge mate afhankelijk van de vraag in hoeverre het in staat is om talent aan te trekken. En Shenzhen concurreert daarbij niet alleen met andere Chinese steden, maar ook met wereldsteden zoals New York City en Singapore. Dit vraagt opnieuw om een ambitieuze stedelijke visie. En daarin stelt de stad niet teleur.
Foto: Bao’an district Shenzhen
Shenzhen wordt omringd door zee en doorkruist door bergen. Waar deze landschappen lange tijd naast de stad bestonden, probeert Shenzhen ze nu actief onderdeel te maken van het stedelijk systeem. Een wandelroute van meer dan 200km verbindt de bergketens met de stad, met onderweg koffiebars, culturele hubs en uitzichtpunten. Langs de kust ligt een hoogwaardige fietsroute waar inwoners zich met een van de vele deelfietsen razendsnel via de verschillende stadsdelen bewegen, terwijl de skyline, de zee en de bergen voortdurend in elkaar overlopen. Daarmee lijkt een heel nieuw concept te ontstaan: een stad waarin zee, bergen en stad in elkaar overvloeien. Langs de fietsroute liggen diverse speeltuinen, parken en andere publieke ruimtes die intensief worden gebruikt door jong en oud. Hoogwaardige leefkwaliteit ontstijgt daarmee het niveau van abstract beleidsbegrip en wordt gebouwd in de praktijk.
Foto: dakpark K11 Shenzhen
Van de Nederlandse architect Peter krijg ik een rondleiding door ‘zijn’ innovatiecampus in het Smart District Nanshan. Zes torens, met in totaal bijna een miljoen m² gbo, moeten ruimte bieden aan innovatieve bedrijven, laboratoria, horeca, commerciële voorzieningen en woningen voor talentvolle medewerkers. De campus beschikt zelfs over een eigen metrostation, een busterminal én een geïntegreerd energiesysteem.
De campus is ontworpen als een eigen ecosysteem: de torens zijn zowel ondergronds als bovengronds met elkaar verbonden door groene corridors en loopbruggen op twintig meter hoogte. Ik moet denken aan Eindhoven en Philips in de vorige eeuw. En aan ASML vandaag.
Foto: innovatiecampus Nanshan
Wanneer het UPDIS mij vraagt naar de overeenkomsten en verschillen tussen Shenzhen en Nijmegen, waar ik werk, begin ik direct over schaal en maat en de onmogelijkheid van vergelijking. Hun antwoord verrast me: ze zien Nijmegen niet als afzonderlijke stad maar als onderdeel van een veel grotere regio die zich uitstrekt van Nederland tot België en het Ruhrgebied. En met die bril kijkt Shenzhen ook naar zichzelf. De stad maakt onderdeel uit van de Greater Bay Area die, naast Shenzhen, onder andere Hongkong, Guangzhou en Macau omvat. De ambitie is om deze steden steeds verder te verweven tot één functionerende metropoolregio, onderling verbonden via hogesnelheidslijnen, metro’s en hoogwaardige infrastructuur, een stedelijk netwerk voor meer dan 100 miljoen inwoners.
Reflecties: wat betekent dit voor Nederland?
Terug in Nederland heb ik even tijd nodig om te herkalibreren. Vooral het contrast blijft hangen. In Shenzhen fietste ik langs een kustlijn die in veertig jaar transformeerde van vissersdorp tot metropoolregio. Terug in Nederland fiets ik over de IJsseldijk, in een land waar we soms jarenlang discussiëren over de aanleg van een rotonde, parkeeroplossing of een klein stadspark. De botsing is frontaal.
De makkelijke conclusie is dat Nederland te traag is, maar ik geloof niet dat dit het eerlijke antwoord is. Want de traagheid is geen fout in het systeem. Het ís het systeem. Nederland beschermt individuele belangen zorgvuldig, organiseert inspraak en weegt voortdurend uiteenlopende perspectieven af. Dat maakt onze steden menselijk en democratisch. Het is ook precies waarom ze zo langzaam worden gebouwd.
Foto: dansen in het park Beijing
En hier wordt het ongemakkelijk. Want dezelfde bescherming die één bezwaarmaker het recht geeft om een bouwplan waar tweehonderd anderen van zouden profiteren jaren te vertragen, is de vrijheid die de dronken man tegenover mijn huis het recht geeft de pizzabakker uit te schelden. Het is de keerzijde van dezelfde medaille. In Beijing voelde ik me veiliger dan thuis. Dat gevoel klopte niet met mijn overtuigingen, maar was er wel.
China laat zien wat er mogelijk is als een land collectief richting organiseert. Maar diezelfde slagkracht kent een prijs: de 996-cultuur, de alomtegenwoordige camera's en het sociale contract dat van inwoners vraagt zich te voegen naar het grotere geheel. Dat zijn geen details, dat is het systeem.
In Shenzhen vroeg het UPDIS me naar Nijmegen, en ik begon over schaal en maat. Zij begonnen over visie. Dat verschil blijft me bij, want zolang stedelijke ontwikkeling vooral wordt behandeld als een optelsom van lokale projecten, blijft het antwoord op de grotere vragen uit. Wat voor een samenleving willen we zijn? Welk economisch model past daarbij? Hoe ziet Nederland eruit in 2100?
Na Beijing, Shanghai en Shenzhen dringt ook een ander besef zich op: China en Nederland bewegen, elk op hun eigen manier, langzaam naar elkaar toe. China ontdekt dat er grenzen zijn aan productie, groei en efficiëntie. Nederland ontdekt dat een land dat ieder individueel belang maximaal beschermt, steeds minder in staat is om collectieve ambities te realiseren. Beide landen worstelen met dezelfde onderliggende vragen, alleen vanuit verschillende historische perspectieven.
Foto: kinderen spelen verstoppertje in park Beijing
De laatste avond voor mijn vlucht breng ik door in de hutongs van Beijing. De zon is net ondergegaan en met een glas rode wijn lees ik in het boek China Then van de Italiaanse journalist Pier Luigi Zanatta over het China waar hij in de jaren ‘70 verslag van deed. Ik raak ontroerd door de schaalsprong die het land de afgelopen decennia heeft gemaakt, en de individuele verhalen die schuilgaan achter deze vooruitgang.
Er zijn mensen die nog hebben gejuicht voor Mao. En die nu, op de zesentwintigste verdieping van een glazen woontoren in een stad die destijds nog niet bestond, hun avondeten zien aankomen via een robot. Dit is time-space compression in de meest pure vorm: meerdere tijdperken in één mensenleven.